Over KOE

De KOE is een laboratorium waar op hedonistische wijze onderzoek, experiment en vernieuwing wordt bedreven. We werken er aan een steeds veranderend procedé waarin onze teksten en ons repertoire, onze autobiografie en onze lectuur, onze herinneringen en onze visies telkens andere verbindingen met elkaar aan kunnen gaan om uiteindelijk in authentiek, speelbaar materiaal te resulteren voor spitse, geestige en persoonlijke voorstellingen, schijnbaar apolitiek.  

De KOE, werd in 1989 opgericht door Peter Van den Eede en Bas Teeken, leerlingen van het Antwerps conservatorium, onder leiding van Dora Van der Groen. Na enkele jaren met projectsubsidie te hebben gewerkt, werd het gezelschap in 1993 erkend en gesubsidieerd door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Sinds haar ontstaan wordt de KOE omschreven als experimenteel, Bourgondisch, filosofisch, poëtisch, abstract, herkenbaar, grillig, vervreemdend, eenvoudig en verwarrend.

De KOE, een speleologisch onderzoek in de donkerste spelonken van de menselijke ziel. Dat kan als de artistieke krachtlijn van de KOE worden beschouwd: hartveroverend oprecht theater maken vanuit een filosofisch bedremmeld zijn over mens en wereld. Onderzoek voeren naar het wezen van de mens in al zijn complexiteit, eeuwig geklemd tussen liefde en eigenliefde, tussen machtsgeilheid en plichtsbesef, tussen inzicht en emotie, tussen luciditeit en waanzin. Op het toneel op zoek gaan naar de donkerste krochten van geest en hart en ziel; en dat - als het goed is - met een mengeling van de meest lichtvoetige poëzie, de meest beklijvende humor en zo scherp mogelijk geformuleerde inzichten.

De artistieke visie en houding van de KOE uit zich voornamelijk in de geheel aparte manier van theatermaken, van kijken naar de dingen, en in de manier waarop dat mens- en wereldbeeld vorm krijgt en wordt medegedeeld aan de toeschouwer.

In tekst, spel, vorm, inhoud en dramaturgie staat het begrip ‘communicatie’ centraal. In een wereld die gedomineerd wordt door onbegrip, geweld, discriminatie en onverdraagzaamheid, blijft de KOE ervan overtuigd dat theater bij uitstek het geschikte medium is om mensen, van welk pluimage dan ook, samen te brengen en deelachtig te laten worden aan een gemeenschappelijke ervaring; in wezen is iedere voorstelling een kleine samenleving.
De spelers - makers van de KOE halen hun kracht uit het feit dat er naar hen gekeken wordt, dat er getuigen zijn van hun spel. De confrontatie met het publiek, het levende, directe, echte contact, de ‘hier en nu’ beleving wil elke Koevoorstelling elke avond tot een unieke gebeurtenis maken.

De KOE is een gezelschap van spelers en makers dat ernaar blijft streven om - hoe fundamenteel onmogelijk misschien ook - alle trucs te laten varen en de mensen frontaal aan te spreken, met zichzelf als maker, als acteur, als mens open en bloot op tafel.

De KOE is bovenal een manier van spelen: acteurs die de dingen zo ontmantelen dat tegelijk de meest dik aangespeelde én de meest authentieke mens overblijft. Op zijn beste momenten: hartverwarmend, hilarisch en genadeloos in het vel snijdend. En dat allemaal vanuit de nooit te stillen honger om mensen te ontroeren en te ontregelen, te benevelen en te verlichten, te vermaken en op de proef te stellen.

De KOE is geen collectief van uitvoerende kunstenaars of repertoirespelers, het is een collectief van scheppende kunstenaars, die voor het grootste deel eigen teksten spelen. Dat maakt De KOE erg persoonsgebonden. Elke voorstelling wordt gedragen door de persoonlijkheid van de maker/speler. Wat Teirlinck als kunst definieert: “De mededeling van het door de ontroering van het leven ontstane levensbeeld”; dat willen de spelers/schrijvers van De KOE als kunstenaars op het theater tot uitdrukking brengen: vanuit een persoonlijke noodzaak een levensbeeld uitdragen.

Een kunstenaar is geen wetenschapper. Hij vertrekt dus niet vanuit een bepaald wereldbeeld dat hij wil mededelen, hijgeeft vorm aan iets waaruit je een wereldbeeld zou kunnen opmaken. Dat iets is “het licht waaronder hij de wereld en het bestaan ziet. Nee, geen mening, geen overtuiging, geen oordeel, maar een diepgeworteld, goeddeels in het onbewuste verankerd blijvend levensgevoel.” (Gerard Reve). En dat stileert hij door middel van een verhaal, een muziekstuk, een kunstwerk. En dat verhaal, muziekstuk of kunstwerk geeft vorm aan het onuitroeibare verlangen van de mens naar het vinden van betekenis. De zin ligt in het vormgeven van het zoeken naar de zin.

 De KOE staat voor een mentaliteit, een filosofie: hoe gaan we met elkaar om op een scène, waarom spelen we toneel, wat zijn de beweegredenen, en als we het dan hebben over politiek bewustzijn, moet zich dat dan manifesteren in een zichtbaar politiek engagement, in een inhoudelijk maken van een (politiek (in)correct) statement of in de woede van de vorm, in de weerspannigheid van de compositie? Dat onderzoekt de KOE in elke voorstelling. En ze gaat hierbij geen enkel risico uit de weg. Elke voorstelling van de KOE is een werkstuk in een heel repertoire, dat een onderweg zijn, een zoektochtblijft naar manieren van leven .

De KOE wil theater blijven maken in de geest van Tsjechov:
“ Tenslotte is het leven zo, dat mensen niet elk moment elkaar doodschieten, zich verhangen, of elkaar hun liefde verklaren. Ze zeggen niet elk moment spitse dingen. Ze zitten te eten, te drinken, te flirten, onzin te praten en dié dingen zou je op het toneel moeten laten zien... Mensen eten, ze zitten gewoon te eten, en terwijl ze daarmee bezig zijn, wordt hun geluk bepaald, of hun totale vernietiging”. (Tsjechov in een brief aan Gorki)
De figuren die de voorstellingen van De KOE bevolken, zijn akelig herkenbaar in hun krampachtige pogingen tot contact en begrip, in hun bezweren van chaos, leegte, eenzaamheid, verveling en angst, in hun lijden aan hun tekorten, aan hun nooit uitgekomen dromen; kortom, in hun lijden aan zichzelf. En toch blijven ze met een huiveringwekkend optimisme zoeken naar geluk.

Wat De KOE gemeen heeft met Tsjechov, met Greenaway, met Allen, met Solandz, ... is het vrolijke pessimisme en de messcherpe analyse van de menselijke ziel, en dat is wat De KOE al van in het begin als uitgangspunt heeft: de mens uitkleden en te kijk zetten, weliswaar vol mededogen, en met naïeve, ontwapenende zelfspot en poëzie.Het doel: loutering door herkenning .

De spelers-schrijvers van De KOE kleden in de eerste plaats zichzelf uit en zetten zichzelf te kijk. Hun personages moeten tot op de acteur worden uitgekleed, wil de ontroering niet blijven steken op het niveau van een conventionele afspraak. Op die schaamteloos eerlijke manier tonen zij de authentieke mens, in al zijn schoonheid èn lelijkheid, als held èn slachtoffer van het verhaal dat hij van zichzelf maakt.
We zien erop toe hierbij nooit in een faux serieux te vervallen, de (zelf)ironie te bewaren, en altijd verrassend en ontraceerbaar te blijven, want boven alles huldigt de KOE de lof der zotheid.
In de dialogen geldt het ‘parler sans accent’, waar Schopenhauer het al over had. Ze zijn a-theatraal en wars van elke dramaturgische psychologie. Geen schoonschrijverij, geen dramaturgisch afgelijnde personages, geen schoon-spelerij. Elk geïnstalleerd systeem ontmantelen en onderuithalen. Dat is de opdracht.

Zowel dramaturgisch, compositorisch als in de vormgeving probeert elke voorstelling een radicale breuk met de vorige te zijn, waarbij vaak de hardnekkigste theaterwetten op de korrel worden genomen. Dit soort onderzoekend theater is steeds weer een erg risicovolle onderneming. Codes en conventies worden gebruuskeerd met als doel: af te rekenen met maniërisme, het theater ontdoen van zijn pseudo-intellectualisme, de faux sérieux doorbreken, en zo intieme ontzettingen veroorzaken, emotioneel begoochelen, ironiseren en toch ontroeren, vernielen en toch scheppen. Vervreemdend. Precies wat theater moet zijn wil het ontsnappen aan zijn eigen dood: een vervreemdende ervaring.
Het gaat bij de KOE telkens over het doorbreken van iets wat zich dodelijk heeft geïnstalleerd, van iets dat theaterwetenschappelijk traceerbaar werd en daardoor kunstmatig; heilig en klassiek.
In de kunstgeschiedenis duren klassieke periodes nooit lang. Wellicht omdat ze ons genadeloos confronteren met onze eigen onvolmaaktheid. In de beleving van evenwicht en orde drijft de mens de leugen tot op het bot en bereikt de terreur van de esthetiek haar terminale punt. De mythomane bezwering van complexe menselijkheid kan maar heel even gehandhaafd worden. Daarna dreigt de val en moet er helemaal opnieuw begonnen worden. In die zin is theater de springlevende doodstrijd van orde en rust.

In die zin heeft de KOE haar nooit voleinde missie.

Stefaan Van Brabandt en Peter Van den Eede.